zittingsduur ondernemingsraad

Zittingsduur ondernemingsraad

De zittingsduur van de OR is bij reglement geregeld en mag volgens de wet twee, drie of vier jaar bedragen. Verlenging van de zittingstermijn is volgens de wet niet mogelijk.


De wet geeft aan dat de OR-leden om de drie jaar aftreden. Deze termijn is de zittingsduur van de OR. De OR mag in zijn reglement bepalen dat de zittingsduur twee of vier jaar is. Bij tussentijdse OR-verkiezingen worden leden verkozen voor de resterende zittingsperiode (WOR artikel 12).


Rooster van aftreden


Dit betekent dus dat eens in de twee, drie of vier jaar algemene OR-verkiezingen moeten zijn, waarbij alle zittende leden aftreden. Een mogelijkheid is ook dat om de twee jaar de helft van de OR-leden aftreedt. 


De zittingsduur is in dat geval vier jaar, behalve voor de eerste zittingsperiode, waar de helft van de leden al na twee jaar aftreedt. In het reglement moeten bepalingen omtrent de herkiesbaarheid zijn opgenomen.


De wet spreekt over de helft. Er is echter geen ‘helft’ omdat het aantal zetels in de OR altijd oneven zijn (5, 7, 9, 11, 13, 15 enz.). Dit betekent dat er bij aanvang van de eerste zittingsperiode een rooster moet worden gemaakt. Voorbeeld: er zijn zeven zetels en over twee jaar treden er drie leden af. 


Dit betekent dat de andere vier leden, vier jaar in de OR zitten. De volgende drie leden zitten dan ook vier jaar in de ondernemingsraad.

Aftreden

Een OR-lid wordt in principe voor de hele zittingsduur verkozen. Het lidmaatschap eindigt alleen, wanneer iemand niet meer bij het bedrijf werkzaam is, of wanneer hij zelf tussentijds aftreedt. 


Wanneer bijvoorbeeld de bestuurder of de achterban het vertrouwen opzegt in de ondernemingsraad of een OR-lid, hoeft de ondernemingsraad of dat lid niet af te treden. 


Alleen via een schorsingsprocedure kan een OR-lid uitgesloten worden (WOR artikel 13).

Aanpassen zittingsduur


De OR kan zijn zittingsduur aanpassen, door een wijziging van het reglement. Voorschrift blijft dat de zittingsduur twee, drie of vier jaar bedraagt. Deze wijziging gaat pas in bij de volgende ondernemingsraad. Een ondernemingsraad kan dus niet zijn eigen zittingsduur verlengen.

Verlenging?


Toch kunnen er situaties zijn, dat een ondernemingsraad verlenging van zijn zittingstermijn zou willen. Van belang is in zo’n geval na te gaan


  • Of er goede redenen zijn om de zittingstermijn te verlengen.
    Bijvoorbeeld een fusie of reorganisatie met belangrijke wijzigingen in de medezeggenschapsstructuur; overname met grote personeelsuitbreiding; faillissement.
  • Of er geen andere oplossingen mogelijk zijn.
    Bijvoorbeeld om geen ervaring verloren te laten gaan kunnen ervaren OR-leden zich weer herkiesbaar stellen of er kan een commissie worden ingesteld waarin oud-OR-leden hun ervaring kunnen inbrengen. Ook kan een verkiezingscommissie de OR werk uit handen nemen.
  • Of de tijdsduur van verlenging beperkt is.
    De maximale tijdsduur zou op een half jaar kunnen worden gesteld, analoog aan de bepaling in de WOR dat tussentijdse verkiezingen niet noodzakelijk zijn als binnen een half jaar algemene verkiezingen zijn.
  • Of er geen bezwaren zijn van belanghebbenden.
    Belanghebbenden zijn de OR-leden, de bestuurder, alle in de onderneming werkzame personen en de vakbonden.

Bezwaar


Belanghebbenden die van mening zijn dat de OR ten onrechte de zittingsduur heeft verlengd, kunnen op grond van de algemene geschillenprocedure naar de bedrijfscommissie en eventueel de kantonrechter stappen en vragen om naleving van de wet.

Reactie plaatsen